De (on)zin van selecteren op 12 jarige leeftijd (deel 1)

Vanwege de documentairereeks Klassen is er sprake van hernieuwde aandacht voor de vraag of we in Nederland met ons systeem van vroeg selecteren op schoolniveau de kansenongelijkheid van kinderen vergroten. Daarnaast heeft de PO-raad op 13 januari, naar aanleiding van de verlengde lockdown, het advies gegeven om ruimhartig en verwachtingsvol te adviseren. Je zou toch eigenlijk verwachten dat voor ieder 12-jarig kind met hoge verwachting wordt geadviseerd. Er is duidelijk aanleiding om te twijfelen aan ons systeem.

Waarom is er zoveel aandacht voor ons plaatsingssysteem in het voortgezet onderwijs? Maar ook, waarom wordt er zo vaak gezegd dat we in Nederland veel te vroeg zijn met differentiëren? 

Het Studiehuys waagt een poging om uit te leggen hoe leerkrachten het advies vormgeven en waarom de roep om de vroege selectie aan te pakken steeds luider klinkt.

Om goed zicht te krijgen op de problematiek rondom het schooladvies is het van belang om te weten hoe het schooladvies tot stand komt. Alhoewel daar hele ouderavonden aan gewijd worden, blijft de basis van het advies vaak in nevelen gehuld.

Voor het schooladvies hebben leerkrachten tal van ondersteunend materiaal. De PO raad heeft speciaal voor advisering een website gecreëerd https://www.vanponaarvo.nl/ .Het ministerie van onderwijs doet ook een duit in het zakje https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/schooladvies-en-eindtoets-basisschool/toelating-voortgezet-onderwijs-gebaseerd-op-definitief-schooladvies. Tenslotte heeft de Onderwijsinspectie zelfs een interactieve tool ontwikkeld waarin leerkrachten kunnen oefenen met advisering https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/overgang/interactieve-simulatie-basisschooladvies

Hieruit blijkt dat groep 8 leerkrachten veel handvatten aangeboden krijgen om het schooladvies vorm te geven. Concreet betreft het 4 pijlers; opleidingsniveau ouders, ondersteuning door thuis, werkhouding en schoolresultaten. Alhoewel alle vier aspecten verbonden zijn met de leerling, zijn ze niet alle vier gelijk beïnvloedbaar. .

Leerkrachten focussen over het algemeen in eerste instantie op de tastbaardere handvatten. Wat is de werkhouding van een leerling en wat zijn de resultaten? De werkhouding van een leerling is geen ingewikkelde klus. Leerlingen doen hun best, doen genoeg voor een voldoende of gooien er met de pet naar. Toch? Ook hier is het van belang om de vraag te stellen wat een goede werkhouding is. In ieder geval blijkt in de praktijk nogal eens dat jongens in de ogen van de, over het algemeen vrouwelijke, groep 8 leerkracht de kantjes ervan aflopen. Onderpresteren is bovendien in algemene zin een fenomeen dat lang niet altijd herkend wordt. 

Voor de resultaten hanteert men een verplicht leerlingvolgsysteem waarin de toetsresultaten verwerkt zijn. Aan de hand van deze toetsen worden leerlingen geplaatst met een percentielscore. Dit betekent dat alle leerlingen in hetzelfde leerjaar ten opzichte van elkaar geplaatst worden. Met andere woorden, van de best scorende leerling tot en met de minst scorende leerling. In onderstaand schema is te zien hoe dit is uitgewerkt voor CITO leerlingvolgsysteemtoetsen.

http://1.606.klanten.instapinternet.nl/bestanden/509047/Bijlage-nummer-13-Toelichting-vernieuwde-normering-Cito-LOVS-toetsen.pdf

De centrale eindtoets plaatst leerlingen vervolgens in een totaalplaatje. Waar staat de leerling ten opzichte van alle andere leerlingen op een lijn van 50-100 (IEP), 500-550 (CITO) of 100-300 (route8).. 

https://route8.nl/page/article/ROUTE+8/Rapportages

Het zou natuurlijk heel fijn zijn als leerlingen op alle onderdelen die worden getoetst in leerlingvolgsysteemtoetsen of centrale eindtoets gelijkmatig scoren. Dat betekent namelijk dat de uitslag ook daadwerkelijk het niveau van een leerling weergeeft. Helaas is de realiteit weerbarstiger. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld wisselend scoren op toetsen vanwege externe omstandigheden, maar nog vervelender, leerlingen kunnen ook simpelweg beter zijn in het ene onderdeel dan in het andere. Met name die laatste groep leerlingen zorgt voor hoofdbrekens en dan moet het ingewikkeldste onderdeel in de afweging wat het schooladvies moet zijn nog komen.

Er is namelijk ook sprake van onveranderbare aspecten die, volgens alle betrokken partijen, moeten worden meegewogen in het advies, althans aspecten waar de leerling zelf geen invloed op heeft. Deze zijn het opleidingsniveau van de ouders en de ondersteuning die vanuit huis wordt gegeven. Die onderdelen zijn overigens niet onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld. Ouders met weinig opleiding kunnen natuurlijk wel ondersteunend zijn en hoogopgeleide ouders kunnen zomaar over onvoldoende tijd beschikken om hun kinderen optimaal te ondersteunen. Leerkrachten worstelen met deze aspecten. Hoe voeg je deze aspecten toe aan de mix? Er zijn geen normeringen voor. Universitair geschoolde ouders zorgen voor minimaal een heel niveau hoger of ouders zonder middelbare school diploma voor een heel niveau minder? Dat zou toch al te dol zijn! Daarnaast heeft ondersteuning vanuit huis niet op elke leerling hetzelfde effect, waarbij ook heel matig is in te schatten in welke mate ondersteunende ouders na verloop van tijd door de in een puber veranderde basisschoolleerling worden toegelaten.  

Voorzichtige conclusie op basis van al deze informatie mag toch in ieder geval zijn dat leerlingen een advies geven op 12-jarige leeftijd een hele ingewikkelde klus is. Het is eigenlijk in een glazen bol kijken terwijl je de kennis van het moment meeneemt.

Het is daarom best wel voor de hand liggend dat wachten met differentiatie meer informatie oplevert die vervolgens tot een eenduidigere conclusie kan leiden. 

Het effect van de mate van ondersteuning en het opleidingsniveau van ouders is veel beter te zien aan het einde van de onderbouw van het VO. Ook kan dan op basis van de volle breedte van de schoolvakken, bepaald worden wat een leerling in zijn of haar mars heeft. Cijfers liegen niet en zijn niet alleen een reflectie van de cognitieve capaciteiten van een leerling maar ook een weerspiegeling van de werkhouding, de ondersteuning vanuit thuis en tenslotte zelfs van het opleidingsniveau van ouders.Een goed idee dus!

Tegelijkertijd hoor je veel ouders vertellen dat kinderen zo toe zijn aan op niveau les krijgen en met gelijkgestemden onderwijs volgen. Hebben zij niet gewoon een punt? Wat maakt dat we gewend zijn om leerlingen op 12-jarige leeftijd te laten differentiëren? Daar is toch ook een reden voor? VO scholen hebben hun onderbouw ook ingericht op verder selecteren dus waarom zouden we die differentiatie uitstellen terwijl deze allang wordt voortgezet op de middelbare school. Allemaal vragen die een antwoord behoeven en krijgen in een volgende blog!